Waar het werk begint
Natuur is voor mij altijd meer geweest dan een onderwerp.
Ik word aangetrokken door de intelligentie die erin besloten ligt: de manier waarop alles ontstaat, verandert, verdwijnt en in een andere vorm terugkeert. Een boom, een mens, een herinnering, een landschap, een verre ster — alles lijkt deel uit te maken van iets groters, een onzichtbaar veld van relaties dat zich voortdurend in vormen uitdrukt.
Hier begint mijn werk.
Wanneer ik schilder, begin ik aan een doek zonder te weten wat het zal worden. Er is geen vooraf bepaald beeld dat ik wil reproduceren en geen verhaal dat erop wacht geïllustreerd te worden. Ik kijk naar wat verschijnt en reageer daarop. Ik voeg toe, haal weg, wacht — soms heel lang. Een beweging kan plotseling een volgende beweging oproepen, een kleur kan de richting van een heel schilderij veranderen. Het werk ontwikkelt zich in deze voortdurende wisselwerking tussen aandacht, intuïtie en materie.
Schilderen is voor mij een manier om dichter te komen bij wat er al is vóór de taal. Het doek wordt een plek waar iets wat gevoeld of waargenomen wordt een fysieke vorm kan krijgen, zonder dat het eerst begrepen of uitgelegd hoeft te worden. Ik ervaar het kosmische en het alledaagse niet als afzonderlijke werelden. Dezelfde onderliggende werkelijkheid die mij fascineert in de fysica en in de onmetelijkheid van het universum, is aanwezig in een boom, een menselijk lichaam, een herinnering, een schaal op tafel. Juist die beweging van het onmetelijke naar het intieme fascineert mij: het moment waarop iets wat abstract of oneindig lijkt materie, ervaring en gewoon leven wordt.
Fotografie ontstond vanuit diezelfde manier van kijken. Schrijven kwam door te luisteren. Keramiek bracht daar een andere dimensie bij: aarde, aanraking, bruikbaarheid en dat oeroude menselijke gebaar van iets met je handen vormen. Elk heeft zijn eigen taal, maar ze komen allemaal voort uit dezelfde plek.
Ik herken nog altijd de manier waarop ik als kind naar de wereld keek: het instinct om stil te staan, dichterbij te kijken en volledig op te gaan in iets, eenvoudigweg omdat het er is. Ik heb dat vermogen nooit willen verliezen. Misschien is kunst mijn manier geworden om het te beschermen.
Kijken voordat ik benoem.
Mij verwonderen voordat ik weet.
Iets laten verschijnen voordat ik besluit wat het moet worden.
De wereld heeft voor mij nooit als iets voltooids gevoeld. Onder wat vertrouwd is, bevindt zich altijd nog een laag, nog een relatie, nog een mogelijkheid die erop wacht zichtbaar te worden.
En iedere keer wanneer ik mijn atelier binnenstap, kan ik haar opnieuw ontmoeten.